Er was eens... een theatervorm.
Er was eens,
in het verre Engeland, een bijzonder soort toneel dat pantomime werd genoemd.
Het was geen stil mimespel, maar een vrolijke sprookjeswereld vol zang, dans,
grappen en gekke streken.
Elk jaar, wanneer Kerstmis en Nieuwjaar nadert, gaan de deuren van de Britse toneelhuizen open en komen bekende sprookjes en legendes tot leven. Een eeuwenoude traditie waar jong en oud vol verwachting naar uitkijkt.
Ergens in de
16e en 17e eeuw reisde de pantomime vanuit Italië, waar
de Commedia dell’arte was ontstaan, via Frankrijk naar Engeland. Omdat de
Italiaanse spelers geen Engels spraken, vertelden ze hun verhalen met grote
gebaren, muziek en dans. Zo groeide er langzaam een eigen Britse pantomime.
In ieder
goed pantomimesprookje strijden goed en kwaad tegen elkaar. Bekende sprookjes
worden soms door elkaar geweven en krijgen een flinke scheut humor. Er zijn
klappen en valpartijen, grappige liedjes, dubbele betekenissen en zelfs mannen
die zich als vrouwen verkleden en vrouwen die mannen spelen.
Maar
pantomime vertelt niet alleen maar grapjes. Ze houdt ons ook een magische
spiegel voor en laat ons lachen om onze hebzucht, lafheid, vooroordelen en
oneerlijkheid.
En zoals het
in een echt sprookje hoort, komt alles uiteindelijk goed. Het goede overwint
het kwade, de ware liefde zegeviert en de deugd wordt beloond.